Inleiding
Digitale camera’s zijn een prachtuitvinding, maar het blijven natuurlijk kwetsbare apparaten. Een val, zand, stof en al helemaal water hebben doorgaans een desastreus effect op de werking. Reparaties zijn zo duur, dat vervanging doorgaans de betere optie is. Dat zorgt op vakantie voor een dilemma: gaat de camera wel of niet mee naar het strand en eenmaal daar, komt hij nog uit de tas? Voor sommige modellen bestaan speciale onderwaterbehuizingen, maar die zijn niet goedkoop en beschermen alleen tegen water en stof, niet tegen vallen. Fabrikanten spelen hier handig op in met een divers aanbod aan modellen die speciaal bedoeld zijn om tegen een stootje en een spatje te kunnen. Ze kosten duidelijk meer dan uitvoeringen die niet van extra bescherming voorzien zijn, maar ze veroorzaken dan ook geen kopzorgen op vakantie. Wie graag in en om het water foto’s maakt, doet er goed aan een zogenaamde 'outdoor' camera te overwegen, zoals besproken in deze test.

Testdeelnemers
Voor de test vroegen we bij alle grote cameramerken een compact model aan, dat naar eigen zeggen geschikt is voor gebruik onder water. De modellen die we ontvingen zijn ‘outdoors’-camera’s, ofwel gericht op de actieve buitensporter en vakantievierder. Alle zijn waterbestendig, maar de mate waarin varieert van 3 meter diep tot 12 meter diep. Alle modellen zijn ook bestand tegen stof, zand, vallen en temperaturen van -10 tot 40 graden Celsius. Doorgaans werken camera’s alleen boven het vriespunt en onder 30 à 35 graden. De uiteindelijke testdeelnemers zijn de Canon Powershot D10, Casio Exilim EX-G1, Fujifilm XP30, Olympus Tough TG-610, Panasonic Lumix DMC-FT3 en de Sony Cybershot DSC-TX10. Pentax kon helaas niet tijdig een model aanleveren, de Optio WG1 moet inmiddels in de winkels liggen, maar was niet op tijd beschikbaar voor de test.

