FotoVideo.nu Reviews

1
apr.

Basiskennis: Lenzen

Van groothoek tot tele

vrijdag 1 april 2011 15:11 door Jeroen Horlings

Inleiding

Wanneer je een spiegelreflex- of systeemcamera hebt, kun je lenzen wisselen. Dat biedt enorme mogelijkheden, omdat de lens de bepalende factor is voor het plaatje dat uit de camera komt rollen. De kwaliteit van een camera is belangrijk, maar de kwaliteit van een lens is minstens zo belangrijk. Het belang hiervan wordt vaak onderschat. Er zijn grote verschillen tussen lenzen onderling, vooral op het gebied van scherpte en vertekening. Maar ook de bouwkwaliteit en lichtsterkte zijn van belang. In dit artikel bespreken we de kenmerken van lenzen en de verschillende modellen en typen.

Lenskenmerken

Objectieven (zoals lenzen formeel genoemd worden) onderscheiden zich op verschillende vlakken, bijvoorbeeld wat betreft scherpte, lichtsterkte en bouwkwaliteit. De ene lens is scherper dan de andere. Dit is vooral te merken op de grootste lensopening, oftewel het kleinste diafragma (zoals f2.8). Bijna alle lenzen worden scherper naarmate het diafragma wordt dichtgeknepen en zijn optimaal scherp rond f8 tot f11. Sommige lenzen zijn dus op de grootste opening (bijvoorbeeld f2.8) niet mooi scherp; in vaktermen heet dat soft. Dat is jammer, want daardoor moet een kleinere lensopening (grotere diafragmawaarde) gebruikt worden voor optimale scherpte, wat ten koste gaat van het licht en daardoor tot langere sluitertijden leidt (en dus meer kans geeft op bewegingsonscherpte). 

Vooral supergroothoeken hebben last van vertekening, wat vooral bij architectuur onwenselijk is

Veel lenzen, met name zoomlenzen, hebben last van vertekeningen. Deze doen zich met name voor aan de uiteinden. In de groothoekstand is sprake van een tonvormige vertekening en in de telestand is de vertekening kussenvormig. Dat betekent dat rechte lijnen respectievelijk naar buiten of naar binnen afwijken (en dus niet meer recht zijn). Deze vertekening is te corrigeren via beeldbewerkingsoftware, maar een lens zonder dergelijke vertekeningen kan flink wat bewerkingstijd besparen. 

Met name bij groothoekzoomlenzen is vignettering een bekend probleem. Aan de uiteinden zijn dan donkere randen te zien. Deze verdwijnen naarmate het diafragma wordt verkleind. Veel lenzen hebben er, al dan niet in beperkte mate, last van. Vignettering kan ook van toegevoegde waarde zijn voor een foto, maar dan liever achteraf met behulp van software.

Lichtsterkte

De lichtsterkte van een lens is van groot belang als je in situaties met weinig licht fotografeert, zoals binnenshuis, tijdens een concert of theatervoorstelling en buiten bij slecht weer. De meeste consumentenlenzen hebben een lichtsterkte van f3.5 tot f5.6 over het hele zoombereik. Een lichtsterkte van f5.6 is bij de meeste camera’s de hoogste waarde waarop de autofocus nog goed functioneert en dat is dus niet bepaald lichtsterk. Het verschil tussen f5.6 en f2.8 is hetzelfde als ISO 1600 en 400 (oftewel: op 400 ISO f2.8 worden dezelfde sluitertijden behaald als op 1600 ISO en f5.6). Een lichtsterke lens betekent dus snelle sluitertijden en minder ruis, omdat met lagere lichtgevoeligheden gewerkt kan worden.

Deze 35mm lens van Nikon is professioneel gebouwd en zeer lichtsterk (f1.4)

Bouwkwaliteit en weersbestendigheid

De bouw van een lens verschilt nogal per merk en serie. Lenzen zijn doorgaans gemaakt van plastic, waarbij de goedkoopste klasse relatief weinig glaselementen bevat en soms zelfs een plastic vatting heeft. Dat laatste is geen groot nadeel, maar de lens is wel kwetsbaarder voor vallen en stoten (en plastic kan minder gewicht dragen). De beter gebouwde lenzen bevatten meer glas en staal en zijn beter afgewerkt. Ze kunnen daardoor beter tegen een stootje. Ze zijn meestal wel een slag groter en een stuk zwaarder. Een professionele lens is stof- en waterbestendig dankzij rubberafdichtingen en het vermijden van openingen (bijvoorbeeld bij de zoom- en scherpstelring). Ook is een dergelijke lens zo gebouwd dat hij tegen een stootje kan en bijvoorbeeld een val op de grond overleeft. 

Ook zijn er grote verschillen als het gaat om weersbestendigheid, oftewel 'weathersealing'. De duurdere klasse lenzen zijn beschermd tegen stof en vocht en kunnen probleemloos een lichte regenbui doorstaan. Wanneer je veel buiten fotografeert is dat een enorm voordeel. Je hoeft dan niet direct al je fotospullen in je tas te stoppen bij een kleine regenbui. Weathersealing is overigens iets anders dan 'waterdicht', want daarbij speelt druk ook een rol (waardoor er water in de behuizing komt).

Links een APS-C lens (EF-S), rechts een fullframe lens

Fullframe of crop

Je zou kunnen zeggen dat er momenteel twee soorten lenzen zijn: fullframe en crop (APS-C). Een fullframe-lens is ontworpen voor een sensor of negatief met een omvang van 35 mm. Deze kan daardoor zowel op analoge als digitale camera’s worden gebruikt, evenals op een camera met fullframe-sensor (zoals de Canon 5D, Sony a900 of Nikon D700). Maar omdat de meest verkochte camera’s kleinere sensoren hebben, worden er ook speciale lenzen voor die formaten ontwikkeld. Dat is namelijk goedkoper dan een fullframe-lens, omdat het minder materiaal (zoals glas) vereist en het technische ontwerp ervan eenvoudiger is. Een lens die voor D-SLR’s met een cropfactor ontwikkeld is, kan dus niet goed gebruikt worden fullframe-camera. Er ontstaan dan ronde zwarte randen aan de uiteinden (vignettering). Dergelijke lenzen hebben bij Nikon (en Tokina) het label ‘DX’ gekregen, bij Canon ‘EF-S’, bij Sigma ‘DC’ en Tamron ‘Di’. Iedereen gebruikt een andere benaming, maar het betekent hetzelfde: alleen geschikt voor digitale spiegelreflexcamera’s met APS-C sensor (crop).

Een APS-C-lens is niet echt bruikbaar op een fullframe-camera. Omdat de sensor groter is dan de beeldhoek van de lens, is er sprake van donkere hoeken. In feite kijkt u recht in het binnenwerk van de lens. Het betreft de Tokina 10-17 f3.5-4.5 DX op 10 mm.  Vanaf 15mm is de lens echter wel bruikbaar.

Soorten lenzen

Er zijn verschillende soorten lenzen, en elke soort heeft zijn unieke eigenschappen. Als bezitter van een spiegelreflexcamera hebt u niet ieder type lens nodig, maar ze kunnen in bepaalde gevallen een uitkomst zijn. Fotografeert u bijvoorbeeld graag close-ups, bloemen of insecten, dan is een macrolens ideaal. Als u niets hebt met deze tak van sport, dan is er geen enkele reden om een dergelijke lens te kopen. Fotografeert u graag dieren op afstand, zoals in natuurgebieden of in de dierentuin, dan is een telelens onmisbaar. En zo kunnen we nog wel even doorgaan, vandaar dat we alle typen lenzen even op een rijtje hebben gezet. De genoemde brandpuntsafstanden (het aantal millimeters) worden vermeld in 35-mm-equivalent omdat het effectieve bereik per merk en type camera verschillend is (vanwege de verschillende omvang van de sensoren).